De paardenmond & bit & Myler bit

De paardenmond bestaat uit lippen, kaak, tanden, tong, lagen en gehemelte.

1.Lippen zijn erg gevoelig. Het bit komt in de mondhoeken in contact met de lippen en als het niet goed past kan het de lippen pijnlijk afknijpen en zelfs letsel veroorzaken. Als je het hoofdstel met bit in hebt gedaan, moet er een plooitje in de mondhoeken te zien zijn. Controleer regelmatig de mondhoeken omdat elke vorm van verwonding een verlies van de gevoeligheid als gevolg heeft.

2.Tanden en lagen. De binnenkant van de paardenmond is een “spelonk”, gevormd door de kaken, bekleed met tanden en kiezen, met een plafond (gehemelte) bovenin en gevuld door een tong. Vooraan in de mond zitten de snijtanden, die samen met de lippen worden gebruikt om gras af te snijden en voedsel in de mond te krijgen. Dan de vet. haaktanden, die alle ruinen en hengsten hebben maar vaak ontbreken bij merries. Deze haak- en snijtanden hebben weinig te maken met het bit. Dan volgen de lagen, een met huid overtrokken stuk van de kaak waar geen tanden of kiezen voorkomen. Dit is het gebied waar het bit ligt. Lagen kunnen een dikke of dunne huid hebben, V-vormig en scherp of breed en vlak zijn. Laat je duim eens over deze lagen glijden en vind uit wat voor soort lagen je paard heeft. Het heeft er alles mee te maken hoe gevoelig je paard is en welk bit je bij je paard moet gebruiken. Achter de lagen zitten de kiezen. Kiezen behoeven meestal de zorg van een tandarts om te worden onderhouden, aangezien er vaak pijnlijk scherpe randjes gevormd worden door verkeerde slijtage van de kiezen.
De meeste problemen met het bit geven de eerste kiezen achter de lagen en de z.g. wolfstandjes. Deze wolfstandjes zijn kleine kiesjes die soms worden aangetroffen voor de eerste kiezen in de bovenkaak. Ze vormen vaak een probleem wanneer het paard een bit in krijgt, omdat ze op de plek zitten waar het bit inwerkt.Ze zijn vaak hoekig en raar gevormd en veroorzaken pijn als het bit ertegenaan komt. Paarden gaan hun hoofd vreemd dragen om te zorgen dat het bit geen contact maakt met de wolfstandjes. Goed onderhoud van het gebit gaat samen met een goed bit!

3.De tong. Binnenin de mond, omgeven door kaakbeen, tanden en kiezen, ligt de tong, een zeer gevoelige en sterke spier. De tong wordt gebruikt voor eten, drinken en slikken. Er zitten duizenden gevoelige zenuwen in de tong. Er bestaan allerlei modellen tongen, variërend in dikte en breedte. Til de bovenlip aan de zijkant op en kijk hoe dik en breed de tong van je paard is. Schat eens in hoeveel ruimte er in de paardenmond voor een bit overblijft. Als de tong echt erg dik is, zal er minder contact zijn van het bit op de lagen. Een bit werkt in op de tong door de gevoeligheid van de tong te gebruiken. Als er door het bit druk op de tong wordt uitgeoefend, voelt het paard dit niet alleen, maar hij zal er zeker op reageren.

4. Gehemelte. Boven de tong zit het plafond van de mond of wel het gehemelte. Dit is overtrokken met hard vlees en huid en loopt met een kleine welving naar boven in de richting van de oren. De hoeveelheid ruimte voor een bit wordt mede bepaald door de hoogte van het gehemelte.

5. Kingroeve en nek. Twee andere delen van het paard, de kin en de nek (het plekje achter de oren), zijn van invloed op de werking van het bit. Ze vormen geen onderdeel van de mond maar ondervinden wel de druk van het bit. De kin wordt evt. beïnvloed door de kinriem of de kinketting. De nek krijgt een neerwaartse druk van het bit via het hoofdstel. Het is juist op de nek waar we willen dat een paard afbuigt/nageeft en ontspant, zodat hij zijn hoofd zal dragen op de loodlijn, in een hoek van 90 graden t.o.v. de grond.